De collegereeks bestaat uit 5 colleges van twee uur en worden vanaf woensdag 3 maart t/m 28 april 2021 van 19.30-21.30 gegeven in het Rotterdams Logegebouw.

De Rotterdamse Voorjaarslezingen zijn openbaar en dus voor iedereen toegankelijk.

Schema

Alle colleges beginnen stipt om 19.30 uur. Rond 20.30 is er een pauze van ongeveer 20 minuten. Tijdens de pauze wordt u een drankje (geen sterke drank) aangeboden. Op het einde van het 2e uur is er mogelijkheid tot het stellen van vragen.

Locatie en kosten

Logegebouw Podium aan de Maas, Oostmaaslaan 950, Rotterdam.  http://www.podiumaandemaas.nl

Parkeren, ook op straat is na 18:00 gratis.

Kosten per losse college:  27,50 inclusief 1 pauzedrankje.

Voorafgaand buffet

Van 18:00 tot 19:30 zal het restaurant geopend zijn voor een lopend buffet, de kosten hiervoor bedragen €15 euro per buffet dit is inclusief water excl. drankjes.

Inschrijven

Inschrijven voor de colleges/buffet via: inschrijven@denieuwelantaarn.nl

Onder vermelding van:

  1. Uw naam en uw Loge (indien van toepassing)
  2. Uw emailadres
  3. Uw afname: de gehele collegecyclus of losse colleges (data noemen)
  4. Deelname aan het Buffet (data vermelden)

Na de ontvangst van uw betaling ontvangt u een bevestiging per e-mail met een voucher die uw entreebewijs is voor de college(s) en eventueel het buffet.

Stort het verschuldigde bedrag op:

IBAN: NL54 ABNA 0466 7443 82 (BIC: ABNA NL2A)
t.n.v. De Nieuwe Lantaarn

De colleges

De Vrijmetselarij heeft zich vanaf haar begin bezig gehouden met ‘zin en zingeving’. Dat is niet zo bijzonder want ‘zin van het eigen bestaan’ staat in het programma van nagenoeg alle godsdiensten, religies en levensbeschouwingen. Het is blijkbaar een universeel issue maar wel een item dat per tijdgeest evolueert en eigen accenten creëert.

Anderson beschrijft in 1723 in artikel 1 van de constituties dat de ‘nieuwe’ Vrijmetselarij tot kerndoel heeft een “Centre of Union” te zijn. Om dat doel te bereiken is, naar zijn overtuiging, wederzijds respect belangrijk. Immers, alleen wanneer men ‘eerlijk en oprecht, los van confessies en overtuigingen’ in staat is  in met elkaar datgene te delen wat we als intrinsieke en ethische waarden zien is respectvolle vriendschappelijkheid mogelijk. Met andere woorden, Anderson beveelt ons aan om op respectvolle en vertrouwelijk wijze met elkaar te praten over dingen waar we mee worstelen. Helaas is de praktijk hardleers, onbegrip en meningsverschillen hebben het ideaal van het ‘Centre of Union’ gedeeltelijk verdrongen terwijl de broederschap te vaak cosmetisch onderhouden wordt door vluchtige gezelligheid. Hoewel het sociale element in de Vrijmetselarij altijd belangrijk is geweest voor het gevoel van samenhorigheid is er voor het creëren van een ‘Centre of Union’ toch wel wat meer nodig. Het in broederlijk respect met elkaar de existentiële problemen van het dagelijkse leven bespreken zou daarom binnen de vrijmetselarij wat meer aandacht mogen krijgen. Een van de basale onderwerpen, iets waar we allemaal mee te maken hebben, is de ‘Zin van ons Bestaan’. Heeft ons leven hier op aarde een zinvolle betekenis of is het slechts een voorbereiding op een al dan niet gelukkige eeuwige voortzetting in een transcendente omgeving. En juist de vrijmetselarij zou, door haar diversiteit van religieuze en seculiere invalshoeken, een meer verbindende visie kunnen aanbieden. Dat zou een belangrijke bijdrage kunnen betekenen aan een betere samenleving: een stap vooruit in de ‘Voltooiing van de Tempel van Salomo’.

Docent: drs.Carolien van Welij, filosoof en Neerlandicus

:  Evolutie, ‘ the chain of being’.

Docent: Prof.dr. Gabriel J.M. van den Brink

Een eerste stap in het bepalen wat de zin van een mensenleven is, is proberen te achterhalen wat de hulpmiddelen zijn die hem met zijn geboorte zijn meegegeven. Wat is de plaats van de mens in de biologische evolutie en welke vaardigheden op gebied van moraal en ethiek heeft hij meegekregen om als mens in onze huidige maatschappij te kunnen functioneren. Wat is de plaats  van het geloof geweest in de ontwikkeling van de 20e eeuw-mens? En in hoeverre conflicteert geloof met wetenschap?

Tot in de jaren 80 van de vorige eeuw dacht men dat lagere dieren zoals vissen, maar ook pasgeborenen,  geen pijn voelden. Baby’s werden geopereerd zonder verdoving omdat de medische wereld dacht dat het zenuwstelsel nog zo onrijp was dat pijnprikkels niet bewust konden worden. Als dieren al pijn hadden, emoties konden ze toch zeker niet hebben. Dieren waren ingewikkelde machines stelde Descartes in de 18e eeuw en daar zijn we nooit helemaal van los gekomen. En dat ondanks de intensieve research van de beroemde Nederlandse hoogleraar Frans de Waal die veel baanbrekend werk heeft verzet op het gebied van emoties en moraal bij dieren. Hij toonde bijvoorbeeld aan dat emoties en morele prikkeling bij mens en aap dezelfde hersendelen oplichten. Maar wil dat ook zeggen dat dieren bewust empathische en morele beslissingen nemen? Hoe moeten we het elkaar  vlooien van chimpansees zien? Als ethisch gedrag of als het voorkomen van uitstoting uit de groep? Maar waartoe dient het eigenlijk? Alleen maar om meer kans te hebben de genen te verspreiden? Of toch om in de honden- of chimpanseehemel te komen? Maar wij mensen zijn er van overtuigd dat dieren geen ziel hebben. Dus ook geen hemel en hel nodig hebben. Echter, de voortschrijdende wetenschappelijke kennis stelt steeds gefundeerder vast dat ook de mens waarschijnlijk geen ziel heeft. Betekent dit dat in de nabije toekomst wetenschap opnieuw gaat conflicteren met godsdienst?

Literatuur:

Gabriel van den Brink, Heilige Geest ISBN 9 78 90 896 4358 2

Kijkend naar veranderingen die in onze tijd plaats vinden in biologie, politiek, godsdienst en wetenschap staat de conclusie dat we in een onrustige tijd leven bij voorbaat al vast. De maatschappij is, zo wordt gezegd,  in de greep van egoïsme en verloedering. Toch blijkt dat er nog steeds hoge idealen worden nagestreefd waarbij spirituele motieven, geestelijke waarden en morele beginselen een voorname rol te spelen. Duidelijk is dat in de omgang met ‘het hogere’ er in de maatschappij een verschuiving is opgetreden die omschreven kan worden als een verandering die van sacraal naar sociaal en vitaal is gegaan. Deze verandering blijkt  in de vrijmetselarij echter nauwelijks plaats gevonden te hebben. Een van de belangrijke conclusies van het boek ‘Heilige Geest’ is dat het moderniseren van de samenleving niet onvermijdelijk tot secularisatie leidt. Er wordt daarnaast gepleit voor het opnieuw uitvinden van de ‘civil society’ waardoor aangesloten wordt bij de pleidooien van denkers als Charles Taylor.

Frits de Lange, God, evolutie en ethiek: Inaugurele rede Theologische Universiteit Kampen, 1997

Binnen de theologische ethiek zijn evolutionaire wetenschap en religie geen concurrenten, zij kunnen met elkaar een complementaire verhouding aangaan.

De Lange stelt zich in zijn inaugurele rede drie vragen: 1. Wat is evolutie? En in het bijzonder: waar ligt evolutionair gezien de oorsprong van de mens? 2. Wat is de evolutionaire visie op de ontwikkeling van de menselijke moraal waarbij Charles Darwin een belangrijke gids is en 3. Hoe is de theologische ethiek vruchtbaar te maken voor een evolutionaire visie op moraal. Hij laat zich daarbij vooral leiden door de theoloog Gerd Theissen. De inaugurele rede is terug te vinden op internet.

Matt Ridley, De oorsprong van de Moraal, ISBN 9 78 90 254 2454 7.

Frans de Waal, De Bonobo en de tien geboden, ISBN 978 90 254 3863 0

Richard Dawkins, Het verhaal van onze voorouders, ISBN 978 90 468 0336 3

Jan van Hooff, www.youtube.com, Prof. dr. Jan van Hooff bezoekt Mammie, de stervende 59 -jarige chimpansee van Burgers Dierenpark.

Wat is de zin van het leven als er geen voortbestaan na de dood is? Hoe verhouden Rede en Religiositeit zich daarin met elkaar? Een humanistische, seculiere en maçonnieke visie.

Docent: dr. Ton de Kok

In de seculiere visie sterft de ziel met het lichaam, een eindoordeel met beloning of straf bestaat dan niet. Of men nu geleefd heeft als een rechtvaardig en ethisch mens of als een onmenselijk en inhumaan individu, het heeft geen van beiden gevolgen voor de ziel van de betreffende persoon. Daarmee is een oeroud regulerend idee inclusief een genoegdoening voor de achterblijvers verdwenen. En wat kan nu gaan dienen als een leidraad voor niet-gelovigen en de ethische waarden en de zingeving van het leven gaan bepalen? De universele ‘Verklaring van de Rechten van de Mens’ die in 1948 door de VN als besluit is aangenomen? De Tien Geboden in de christelijke en islamitische wereld en gelijkwaardige afspraken binnen andere groepen en levensbeschouwingen? De vraag is of er een maçonnieke visie is maar ik denk dat die, ook al wordt die niet overtuigend geventileerd, er wel degelijk is. In ieder geval zijn er in 1723 door Anderson constituties gepubliceerd met regels waaraan leden van de broederschap zich dienen te houden. In 1738 tracht men die regels te universaliseren door de oorspronkelijke voorschriften in het eerste artikel van de constituties te vervangen door de noachitische geboden. Deze zeven geboden worden gezien als de minimale richtlijnen voor iedere beschaafde samenleving. Het is een voorteken dat het puur christelijke in de vrijmetselarij vervangen zal gaan worden door een universelere invalshoek waarin leden van andere geloven ook welkom zijn. In 1738 zijn de eerste Joden dan ook al 6 jaar – dus sinds 1732 – toegelaten en 12 jaar later, in 1750, volgen de Islamieten. Ook leden van Oosterse godsdiensten zullen in de eeuw daarna volgen. De vrijmetselarij wordt daardoor gedwongen zich tussen het tijdelijke aardse en het eeuwige hemelse op te stellen want de verschillende geloven hebben ook verschillende visies op een al dan niet eeuwig leven. In onze seculariserende tijd lijkt dit proces verder te gaan, de hoofdbesturen van de diverse reguliere maçonnieke Grootloges worden regelmatig geconfronteerd met vragen over de plaats van de vrijmetselarij in de reeks godsdienst, religie, levensbeschouwing. Maar hoewel we daar eigenlijk al meer dan 200 jaar mee bezig zijn, beseffen we dat nog steeds niet helemaal, laat staan dat we de consequenties kunnen en misschien ook wel willen overzien van een gedefinieerde locatiebepaling.

Literatuur:
Ton de Kok, God voor niet-gelovigen, ISBN 9 78 90 686 8753 8

Etienne Vermeersch, atheïsme, serie: de Essentie, ISBN 9 78 94 605 8052 9 Charles Taylor, Een seculiere tijd, ISBN 9 78 90 477 0157 6

Heeft het leven alleen zin als er een voortbestaan na de dood is? Enkele godsdienstige visies.

Docent: Prof. dr. Ab de Jong

In christendom en Islam is het levensdoel om in gelukzaligheid voort te leven na de dood. Het jodendom heeft wat meer met een goed leven op aarde. In het oorspronkelijk authentieke jodendom wordt alleen gezegd dat onsterfelijkheid verkregen wordt via het krijgen van kinderen. Eerst tijdens de Babylonische ballingschap is het besef van wederopstanding ontstaan, een gedachte die afkomstig was van de Perzische hogepriester Zoroaster (Zarathustra). Binnen de abrahamitische godsdiensten is het idee van het hiernamaals dus terug te voeren naar het zoroastrisme en door jodendom, christendom en islam overgenomen. In de oosterse religies draait het om het Atman, de adem, ziel of geest of het Zelf. Bij leven is dat Zelf gebonden aan het lichaam, na de dood is het vrije Zelf de ‘adem van God’  (Brahman). Wij noemen dat de Geest van God. In het Hindoeïsme gelooft men dat in ieder mens een stukje van God aanwezig is dat als sturende kracht ons handelen beïnvloedt en een eigen persoonlijk Karma heeft. Dit betekent dat je voor alles wat je in je leven doet uiteindelijk zelf verantwoordelijk bent. De gevolgen van je handelen sla je op in je karma en neem je mee naar je volgend leven. Je blijft reïncarneren totdat je voldoende positief karma verzamelt hebt en éénwording met God bereikt. Het Boeddhisme heeft een variant op dat laatste, het doel is hier het opgaan in het nirwana, in het niets. Alleen het karma blijft dan dus over als positieve bijdrage aan de wereld. Maar voor bijna alle godsdiensten geldt dat een eindoordeel de voortgang na de dood bepaalt. Heeft het leven nog zin als er geen voortbestaan na de dood is, je niet beloond wordt voor een leven vol goede daden en niet gestraft wordt voor een leven vol kwaad?

Literatuur:

René van Dijck, Wereldreligies, eenheid en diversiteit ISBN 9 78 90 627 1036 2

Hoe gemakkelijk vallen we niet in clichés als we denken en praten over wereldreligies en de multiculti-maatschappij: de hoofddoekjes, de yogi en  een ongemakkelijke houding, de jihad, Jezus die over water loopt, de joden die kosjer eten, de hindoe met tulband, de halal-slager.

Hoe lachwekkend en oppervlakkig onze associaties ook zijn, vaak komen ze voort uit het wij/zij-denken en te vaak leiden ze tot angst voor ‘het vreemde’. In dit boek bespreekt van Dijck overzichtelijk en prettig leesbaar de overeenkomsten en verschillen tussen de grootste wereldreligies, niet alleen van het Westerse maar ook van de oosterse religies.  Hoewel enig begrip van de leer van de diverse godsdiensten bijdraagt aan een intelligentere beoordeling van die religies zijn vooral de hoofdstukken ‘Het begrip God’ en ‘De dood’ voor dit college van belang. In respectievelijk de hoofdstukken III en V worden de verschillende ideeën over God, dood en hiernamaals besproken.

Rob Wiche (red.), Des Duivels, Het kwaad in religieuze en spirituele tradities, ISBN 90 78 90 334 5622 2

In de tradities van de christelijke culturen wordt de scheiding tussen goed en kwaad meestal nogal absoluut voorgesteld. In andere culturen ligt dat vaak aanzienlijk genuanceerder. Goed en kwaad zijn de belangrijke items waarover bij ‘laatste oordelen’ recht gesproken wordt en waarvan de gevolgen vaak de eeuwigheid van het individu bepalen. De beoordeling van goed en kwaad heeft dus grote invloed op de ‘Zin van het Bestaan’ na de dood. Dit boek is gebaseerd op een collegecyclus van de Studium Generale van de Universiteit Leiden. De grote zoroastrisme kenner. prof. Ab de Jong, in 2017 docent in onze collegecyclus Goed en Kwaad, schreef het hoofdstuk: ‘eeuwig, ongeschapen, maar zonder bestaan: de Boze geest en zijn werkelijkheid in het zoroastrisme.

 Vrijmetselarij, religie en godsdienst

1e uur: Van de God van het ‘Centre of Union’ naar het brede concept ‘OBdH’.

Docent: drs. Dick A. Kruijssen

2e uur: Het dilemma ‘theïsme’ in het intercontinentale spanningsveld ‘vrijmetselarij,

religie en godsdienst’

Docent: dr. Rien Heijdanus

De spelregels van de moderne vrijmetselarij worden tussen 1717 en 1723 in Londen geformuleerd. De nieuwe organisatie wil een ‘Centre of Union’ worden en stelt daarvoor een aantal, ruim gestelde, christelijke voorwaarden. De Engelse bevolking is de voortdurende (godsdienst)oorlogen van de 17e eeuw meer dan zat. De overtuiging als enige de ‘waarheid’ te bezitten in de chaos van de vele diverse christelijke richtingen blijft zorgen voor discriminatie en uitsluiting.

De nieuwe vrijmetselarij biedt in deze naar verzoening snakkende samenleving een mogelijke oplossing. In een tolerante en vriendschappelijke maar aanvankelijk ook christelijke sfeer probeert ze, los van een bepaalde christelijke geloofsrichting en van hiërarchie in het dagelijkse leven, op respectvolle wijze begrip voor elkaars waarheden te verwezenlijken.

De vragen van zin en zingeving zijn in de vrijmetselarij dan ook sterk beïnvloed door het traditioneel christelijke gedachtegoed. Dat heeft ook voor de huidige maconnieke concepten en spelregels nog steeds consequenties. We krijgen daar een beeld van door de constanten en variabelen in de ontwikkeling van de vrijmetselarij in Engeland, Amerika en het continent in kaart te brengen en in een tijdlijn te ordenen. De analyse daarvan laat aanvankelijk een dynamisch beeld zien dat – zij het in golfbewegingen – geleidelijk afvlakt en in de laatste decennia een statisch karakter krijgt.

Duidelijk is dat de Engelse vrijmetselarij in de afgelopen eeuwen het maconnieke speelveld en haar spelregels gedomineerd heeft. Dat heeft niet voorkomen dat de Britse, Amerikaanse en continentale vrijmetselarij eigen accenten hebben gekozen, waarin de zich wijzigende ‘religieuze’ opties een factor van belang zijn. Dit kan een verklaring zijn waarom heden ten dage vrijmetselarij lokaal, nationaal als internationaal in een soort patstelling terecht is gekomen.  Een vraag is dan ook in hoeverre de afnemende animo voor het geloof in een persoonlijke god (theïsme) de teruglopende populariteit van vrijmetselarij beïnvloedt, maar ook welke perspectieven dat biedt anno 2020.

Literatuur:

Henrik Bogdan en Jan Snoek, Handbook of Freemasonry, ISBN 9 78 90 043 3670 4

Dit Handbook is het meest recente boek dat de geschiedenis van de Vrijmetselarij van 1300 tot gisteren beschrijft. Het is geschreven door hedendaagse wetenschappers op het gebied van vrijmetselarij en aanverwante vakgebieden.

Jeffrey R. Wigelsworth, Deisme in Enlightenment England, Theology, Politics, and Newtonian

Public Science.  ISBN 2 51 85 99 790 7872 9

Een diepgaande studie over de betekenis van het deïsme op Verlichting en de geschiedenis van wetenschap, theologie en politiek in de 18e eeuw.

Harland-Jacobs, Jessica L., Builders of Empire, Freemasons and British Imperialism, 1717-1927

De geschiedenis van de rol van de vrijmetselarij in de politieke en sociale controle van  het zich ontwikkelende Engelse Imperium.

Rien Heijdanus, Dissertatie 2014, Wat beweegt iemand om Vrijmetselaar te worden en te blijven? Proeve van een sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar de Nederlandse vrijmetselaar. ISBN 9 78 94 616 9478 2

 Hoe geven we op maçonnieke wijze zin aan het leven ? Werkcollege

Docent: Prof. dr. Gabriel J.M. van den Brink

‘Wat is de mens’ is de klassieke vraag die in onze turbulente tijd met zijn nieuwe technologie, internationale bedreigingen en anders denken over wat de zin van het menszijn betekent door velen gesteld wordt. In deze collegereeks zijn we hiermee aan de centrale vraag toegekomen: wat betekent de vrijmetselarij voor mens en maatschappij in het kader van ‘de zin van het leven’. Na in deze collegereeks een aantal wetenschappelijk onderbouwde feiten tot ons genomen te hebben komen we nu toe aan het denken over hoe we door verbeelding de grenzen van onze leefwereld kunnen overstijgen. Door ons thuis te gaan voelen in een ‘alledaagse transcendentie’ die door leren, spelen en geloven vorm krijgt, kunnen we ook de waarden en beginselen vinden die overal ter wereld voorkomen en die de basis voor een nieuw type dialoog zouden kunnen worden. Welke rol kan de vrijmetselarij, die al vanaf het begin van haar moderne bestaan als “Centre of Union” universele ideeën heeft gepropageerd, hierin spelen?

Dit werkcollege zal beginnen met een inleiding waarin ‘alledaagse transcendentie’ onderbouwd en uitgelegd wordt. Daarbij zal ingegaan worden op het postmoderne idee dat het erkennen van onderlinge verschillen volstaat om tot een rijker mensbeeld te komen. De contouren van dat rijker mensbeeld, dat gezien wordt  als een mogelijk alternatief voor de ‘homo economicus’, zal geschetst worden. Dit college wordt gevolgd door gedachtewisselingen in kleinere groepen met een plenaire comparatieve terugrapportage.

Literatuur:

Gabriel van den Brink, Heilige Geest ISBN 9 78 90 896 4358 2.

Zie voor korte samenvatting de literatuurlijst van het eerste college :

Evolutie van moraal en ‘the chain of being’.

Matt Ridley, De oorsprong van de moraal, ISBN 9 78 90 254 2154 0

De moraal van de mens, die unieke eigenschap die ons van de dieren onderscheidt, lijkt geworteld te zijn in onze biologische ontwikkeling. Maar wanneer wij onze diepste morele wetten willen doorgronden spelen inzichten uit de psychologie, antropologie en economie minstens zo’n belangrijke rol.

Rik Pinxten,De strepen van de zebra, ISBN 9 78 90 524 0965 8

De verlichting formuleerde voor Europa, dat destijds bijna ten onder ging aan godsdienstoorlogen, een universele oplossing: prioriteit van de rede, scheiding tussen politiek en religie, vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Rik Pinxten bekritiseert de zogenaamde verlichtingsfundamentalisten maar ook de tegenstanders van de Verlichting die een vaag of uitgesproken religieus radicalisme voorstaan. De idealen van de Verlichting dienen geactualiseerd te worden omdat dit de enige haalbare en heilzame oplossing is om duurzaam en relatief vredevol samen te leven in een multiculturele en religieus gemengde samenleving. Op naar ‘Eenheid in Verscheidenheid’!

_____________

Het programma is samengesteld door de wetenschappelijke commissie van de Nieuwe Lantaarn, te weten dr. Rien Heijdanus, drs. Dick Kruijssen en Ir. Rob van de Meijden.

Prof. dr. Gabriel van den Brink heeft, als Wetenschappelijk adviseur van de Stichting De Nieuwe Lantaarn, een belangrijke inhoudelijke bijdrage geleverd.