Docenten 2021 in alfabetische volgorde

Prof. em. dr. Gabriël van den Brink studeerde Filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde daar in 1995 op een historisch onderzoek naar de modernisering van het bestaan. Vervolgens heeft hij cultuursociologisch onderzoek gedaan naar het moderne leven in Nederland. Van 2005-2015 werkte hij als hoogleraar (maatschappelijke)

Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en tevens als lector Gemeenschappelijke Veiligheidskunde aan de Politieacademie. Gabriël van den Brink publiceerde in 2004 de studie Schets van een beschavingsoffensief. Hij betoogt daarin dat, na periodes van tolerantie en vrijblijvendheid, vaak een periode volgt waarin de nadruk ligt op plichtsbesef en normhandhaving. Bekend van hem zijn ook De lage landen en het hogere, over de geestelijke beginselen in het moderne bestaan en Heilige geest, een (evolutionaire) cultuurgeschiedenis van moraal.

Dr. Rien Heijdanus studeerde rechten in Utrecht. Hij was werkzaam als docent recht, ethiek en psychosynthese. Daarnaast ontwikkelde hij managementopleidingen voor de gezondheidszorg en was voorzitter van diverse besturen. Bovendien had hij een eigen praktijk als jurist voor gezondheids- en  arbeidsrecht en was psychosynthese therapeut en organisatie adviseur.  Leverde in de jubileumbundel ‘Vrijmetselarij: vandaag en morgen’ [2006] een bijdrage met het stuk ‘Verschuivingen in het maconnieke landschap 1950-2005”. Zijn proefschrift – Leiden, 2014 –  is getiteld: “Wat beweegt iemand om vrijmetselaar te worden en te blijven? Proeve van een sociaal- wetenschappelijk onderzoek naar de Nederlandse vrijmetselaar”.  Hij is sinds 1999 vrijmetselaar en lid van Loge De Drie Kolommen in Rotterdam en was lid van het Hoofdbestuur van de Orde van Vrijmetselaren van 2012-2018.

 

Prof. Dr. Ab de Jong  is hoogleraar godgeleerdheid, religiewetenschappen en wijsbegeerte. Zijn leeropdracht is vergelijkende godsdienstwetenschappen. Zijn specialiteit is de geschiedenis van godsdiensten in de oude wereld. Zijn research focust zich op de religieuze geschiedenis van Iran. Hij is een groot kenner van het Zoroastrisme, zeker sinds hij na het overlijden van de Britse hoogleraar Mary Boyce op haar verzoek verder werkt aan de voltooiing van haar levenswerk, de zevendelige boekenreeks A History of Zoroastrianism.

De Jong studeerde theologie en Perzische godsdiensten. Daarnaast studeerde hij Oude en Middeleeuwse Iraanse talen in Londen. Hij promoveerde op Zoroastrisme in de Griekse en Latijnse literatuur. Zijn huidige researchproject is ‘De religieuze geschiedenis van het Sassanidische Keizerrijk (Perzisch koningshuis) (224-642)’. Hij beperkt zich daarbij niet tot het Zoroastrisme alleen maar betrekt daarbij ook de interactie tussen Zoroastristen, Christenen, Joden, Manicheeërs en Mandaeërs.

Hij is lid van de Raad voor Geesteswetenschappen en van de stichting J. Gonda-fonds.

Enkele bekende publicaties van hem zijn: Eeuwig, ongeschapen, maar zonder ‘bestaan’: de Boze Geest en zijn werkelijkheid in het zoroastrisme: R. Wiche (red.), Des duivels. Het kwaad in religieuze en spirituele tradities, Leuven/Voorburg: Acco, 2005, 51-64

‘The First Sin: Zoroastrian Ideas about the Time before Zarathustra’, in: S. Shaked (ed.), Genesis and Regeneration. Essays on Conceptions of Origins, Jeruasalem: The Israel Academy of Sciences and Humanities, 2005, 192-209.

 Dr. Ton de Kok studeerde tijdens en na een militaire loopbaan (Koninklijk Instituut voor de Marine, officier mariniers, commando en specialist in ‘arctic warfare) Slavische talen en letterkunde (specialisatie Ruslandkunde) aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna werkte hij bij de inlichtingendienst van de Koninklijke marine. Vanaf 1976 vervolgde hij zijn loopbaan in de politiek, eerst als voorlichter van de KVP-fractie en vanaf 1977 tot 1983 als algemeen secretaris van de Adviesraad voor Defensie-aangelegenheden. Van 1983 tot 1994 kwam hij voor de KVP, later CDA, als Oost-Europadeskundige en defensiewoordvoerder in de Tweede Kamer. Hij hield zich ook oa. bezig met buitenlandse zaken en volksgezondheidszorg zoals gehandicapten en drugsbeleid. Na zijn politieke carrière promoveerde hij in 2000 aan de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Daarna studeerde hij filosofie aan de Vrije Universiteit. De afgelopen jaren was hij, en is nog steeds, docent levensbeschouwing / godsdienst op middelbare scholen in Amsterdam en Hilversum. Hij is bestuurslid van de Amsterdamse Spinoza Kring en een vooraanstaand Spinoza-kenner. Ook is hij lid van een Amsterdamse Vrijmetselaarsloge. In december 2013 verscheen zijn boek: ‘Wat is God. Filosofen & schrijvers op zoek’, in 2017 gevolgd door ‘Wat is God. Wetenschappers en Kunstenaars op zoek’. In 2018 verscheen zijn werk: ‘God voor niet-gelovigen, de God van Spinoza’

  

Drs. Dick A. Kruijssen studeerde medicijnen en cardiologie in Utrecht en Rotterdam. Bekleedde naast zijn praktijk bestuurlijke en management functies oa. als directeur van de Stichting Cardiologische Research en van een congres organisatiebureau. Was (mede-) schrijver van een aantal medisch wetenschappelijke artikelen en boeken. Hij besloot zijn werkzaam leven met de coördinatie en het geven van cardiologisch onderwijs aan de Erasmus universiteit. Van 2006 – 2012 was hij lid van het Hoofdbestuur van de Orde van Vrijmetselaren en van de Opperraad van de Schotse Ritus en de Commissie Vormen, Gebruiken en Ritualistiek. Vanuit het Hoofdbestuur is hij actief in de overdracht van maçonnieke kennis, zowel binnen als buiten de Orde. Namens de Orde was hij lid van het Curatorium van de Leerstoel Vrijmetselarij aan de RU Leiden. Na het overlijden van de hoogleraar heeft hij vanuit die functie de leerstoel waargenomen en collegecycli aan de Leidse universiteit en in Rotterdam georganiseerd. Met het oog op continuering van de educatieve activiteiten heeft hij het initiatief genomen om voor de Orde het Kenniscentrum, nu IMV, op te richten. Uit het IMV is de Stichting “De Nieuwe Lantaarn” ontstaan die nog steeds jaarlijks voordrachten op Academisch niveau organiseert in de vorm van colleges en symposia.