De Nieuwe Lantaarn

Rotterdamse Voorjaarslezingen 2021 verplaatst naar najaar 2021

COLLEGEPROGRAMMA

Drs. Dick Kruijssen:                        woensdag 15 september

                                                 De cultuurgeschiedenis van de ziel

                                   Herhaling college gegeven op 11 maart 2020 (zie abstract)

 Prof. Dr. Gabriel van den Brink:   woensdag 29 september

                                                    ‘The chain of being’ & de evolutie van de moraal

 Prof. Dr. Ab de Jong:                      woensdag 13 oktober 2021      

                                Heeft het leven alleen zin als er een voortbestaan na de dood is?

                                                          Enkele godsdienstige visies.

Dr. Ton de Kok:                              woensdag 27 oktober 2021        

                             Wat is de zin van het leven als er geen voortbestaan na de dood is?

                                       Een humanistische, seculiere en maçonnieke visie

                                                         woensdag 10 november 2021

                                                    Vrijmetselarij, religie en godsdienst

Drs. Dick Kruijssen: 1e uur:  Van de christelijke God van het ‘Centre of Union’ naar het interreligieuze concept ‘OBdH’

Dr. Rien Heijdanus:  2e uur:  Het dilemma ‘theïsme’ in het intercontinentale spanningsveld ‘vrijmetselarij, religie en godsdienst’

Prof. Dr. Gabriel van den Brink:      woensdag 24 november

(met assistentie)                                         Werkcollege

                        Titel: Hoe geven we op maçonnieke wijze zin aan het leven?

Collegeprogramma

Abstracts en Literatuur

Inleiding

Vanaf haar oprichting aan het begin van de 18e eeuw heeft de Vrijmetselarij zich beziggehouden met ‘zin en zingeving’. Daarin onderscheidt zij zich niet van andere levensbeschouwingen, godsdiensten en religies. Aandacht voor de ‘zin van het – eigen – bestaan’ is een universeel issue waarvan de invulling mede afhankelijk is van de achterliggende levensbeschouwelijke ideeën. Die zal bij een behoudende protestantse denominatie heel anders zijn dan bij een humanistische levensbeschouwelijke richting. Maar  iedere levensbeschouwelijke invalshoek dient om te overleven concessies te doen aan veranderingen die zich onder invloed van de tijdgeest ontwikkelen.   

In de deze 10e collegecyclus wordt aandacht gegeven worden aan de bijdrage die de vrijmetselarij heeft op de zin van het bestaan. De religieuze en sociale verankering van ziel en moraal zullen in de eerste vier colleges als eerste besproken worden om een basis te geven aan de godsdienstige en seculiere invalshoeken waarop zingeving van het leven is gebaseerd. In het vijfde college zullen we ons herbezinnen op de transformatie van de christelijke God tot ‘Opperbouwmeester des Heelals’ (OBdH) en de gevolgen van de dominante rol van de Engelse vrijmetselarij binnen het internationale maçonnieke speelveld. In het zesde (werk)college zullen we gezamenlijk reflecteren op de bijdrage van de vrijmetselarij aan de zingeving van het leven van mens en samenleving.

  1. De zin van het leven en de cultuurgeschiedenis van de ziel.

Docent: drs. Dick Kruijssen

Dit college is het enige dat vóór de coronastop in 2020 gegeven is. In tegenstelling tot vorig jaar wordt het nu niet toegespitst op enkele vooraanstaande ‘zieldenkers’ maar zal het de essentiële transformaties in de ontwikkeling van 4000 jaar denken over de ziel bespreken.

  De meeste mensen geloven dat ze een ziel hebben, maar bijna niemand kan echt uitleggen wat een ziel is.  Mogelijk is het idee ‘ziel’ ontstaan als antwoord op het mysterie van de dood. Dat betekent dat men heeft verondersteld of gehoopt dat er een voortbestaan na de dood is. Zo’n voortbestaan na de fysieke dood is alleen mogelijk als er ‘iets’ na het overlijden voortleeft. Van oudsher wordt dat ‘iets’ in het christendom met ‘ziel’ aangeduid. Begonnen als een amorfe geest heeft de ziel zich ontwikkeld tot een persoonlijke en eeuwig bestaande transcendente essentie, als een prisma waardoor de mens zichzelf en zijn leven ziet en begrijpt. In de westerse cultuur is de ziel vervolgens de uitdrukking van de individuele persoonlijkheid geworden. In onze tijd is hier voor veel mensen nog slechts een sterfelijke psyche van overgebleven.  

  In veel godsdiensten wordt de eschatologische (de leer der laatste dingen) visie als de enige waarheid gezien. Vaak speelt hierbij een element van beloning en vergelding een rol: de manier waarop iemands leven na de dood zijn voortzetting vindt, wordt geheel of gedeeltelijk bepaald door de daden van een mens tijdens zijn leven. Voortleven na de dood hebben de Mesopotamiërs 5000 jaar geleden al geloofd, een oordeel over het geleefde leven zien we voor het eerst rond 1600 BC bij de Egyptenaren. Hoewel het Zoroastrisme rond 1200 BC al een ziel kent, is dit idee pas door de Griekse filosofen, in het bijzonder Plato en Aristoteles, serieus uitgewerkt. De christelijke kerkvaders, met Augustinus rond 400 AD voorop, maken de ziel tot iets individueels, een onsterfelijk bewustzijn dat na de dood verantwoordelijkheid moet afleggen voor het geleefde leven. Dante beschrijft in zijn Divina Commedia het hiernamaals zo tastbaar dat het de duivel aan het sterfbed brengt. Daarna transformeert de ziel nog enkele malen waardoor zij als eeuwig levend bewustzijn voor velen opgehouden heeft te bestaan. 

Tegenwoordig wordt de ziel omschreven als een cultureel gevormde ‘dimensie’ die, exclusief van jezelf, de uiting is van de eigen onschendbaarheid, kwetsbaarheid en breekbaarheid. Als ‘architecten van het eigen leven’ dienen we voor onszelf de doelen en de waarden van ons leven te verwoorden. In hoeverre we tijdens ons bewuste leven ‘Getrouw aan Onszelf’ zijn geweest, bepaalt in onze tijd vooral of we met onze ziel voldoende in het reine zijn om gevoelsmatig ‘een goede dood’ te kunnen sterven. 

Literatuur:

  Ole Martin Hoystad, De Ziel, Een cultuurgeschiedenis ISBN 9 78 90 253 0750 9

De ziel wordt al eeuwen beschouwd als de essentie en de afspiegeling van de individuele persoonlijkheid van de mens. Van de oudheid tot het heden, van Homerus en Aristoteles via Dante en Descartes tot Darwin, Freud en Hannah Arendt volgt Hoystad het verhaal van de ziel. Maar welke betekenis heeft die nog in de eenentwintigste eeuw? Het ‘objectieve’ belang van de ziel wordt al sinds de Verlichting ter discussie gesteld. Sommige beweren dat ze gereduceerd is tot een religieus concept; anderen stellen dat ze vervangen is door de psychè van de moderne literatuur. Hoystad laat zien hoe de uitbeelding van de ziel in fictie en het ontstaan ervan binnen de psychologie ons westerse beeld van de ziel gevormd hebben. Maar ook de idee van de ziel binnen de islam en het boeddhisme wordt  besproken. We moeten immers ook ‘de ander’, de onbekende, kennen om onszelf te kunnen begrijpen.

  Bert Keizer, Waar blijft de Ziel? ISBN 9 78 90 477 0465 2

  Edith Brugmans, De ziel in de literatuur. ISBN 9 78 90 562 5296 0

  1. Evolutie van moraal & ‘the chain of being’.

Docent: Prof. dr. Gabriel J.M. van den Brink

De homo sapiens sapiens, de moderne mens, is vooralsnog de laatste van de Hominini in het evolutionair proces dat de mens gemaakt heeft zoals hij nu is. Dit evolutieproces is, uitgaande van het tijdperk dat mensachtige apen mens geworden zijn, zo’n twee tot 2,5 miljoen jaar geleden begonnen. Ondanks deze lange periode heeft de beroemde Nederlandse wetenschapper Frans de Waal, hij heeft veel baanbrekend werk verzet op het gebied van emoties en moraal bij dieren, aangetoond dat emoties en morele prikkeling bij mens en aap dezelfde hersendelen doen oplichten. Het is een belangrijke evolutionaire aanwijzing maar het is geen bewijs dat apen bewust empathische en morele beslissingen nemen zoals mensen dat doen. Hoe moeten we het elkaar vlooien van chimpansees zien? Als ethisch gedrag of als het voorkomen van uitstoting uit de groep? En waartoe dient dit gedrag? Alleen maar om meer kans te hebben de genen te verspreiden? Of toch om in de honden- of chimpanseehemel te komen?  

Hoewel de wetenschap in de laatste decennia toenemende overeenkomsten tussen mensen en apen / andere dieren aangetoond heeft, lijken verschillen tussen mensen onderling juist toe te nemen. Die onderlinge verschillen blijken echter vooral veroorzaakt te worden door culturele ontwikkelingen zoals sociale, economische en religieuze variaties. Ondanks het feit dat die variaties soms vergaand zijn houden ze wel iets gemeenschappelijks waardoor alle mensen toch als homo sapiens herkenbaar blijven en zich ook van alle andere dieren blijven onderscheiden. Die ontwikkelingsprocessen, zowel de evolutionaire als de culturele, hangen samen met veranderingen zowel in het stoffelijke, de wereld dus, als in het denken, het bovenzintuiglijke. Dit laatste, ook wel de ‘alledaagse transcendentie’ genoemd, laat ons ontstijgen aan de grenzen van onze leefwereld en krijgt vorm in leren, spelen en geloven. De neerslag hiervan zien we wereldwijd terug in waarden en beginselen die onderscheidend zijn, ondanks dat ze een gemeenschappelijke basis lijken te hebben. Geloof is ook al vele duizenden jaren een belangrijke factor in de ontwikkeling van de mens. Niet alleen heeft het gezorgd voor sociale binding in de samenleving en belangrijke bijgedragen geleverd aan het vastleggen van de grenzen van moreel gedrag, het heeft tevens – in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt – educatie en wetenschappelijke ontwikkeling gestimuleerd. Maar geloof heeft ook te vaak de menselijke diversiteit ontkend en zelfs met geweld ontmoedigd. Nu geloof in onze tijd minder overtuigd is van het absolute van het eigen gelijk en meer iets persoonlijks is geworden, lijkt er wat ruimte te komen voor het tolereren, erkennen en respecteren van andere meningen dan de eigen waarheid. 

Literatuur:

  Gabriel van den Brink, Heilige Geest ISBN 9 78 90 896 4358 2

Kijkend naar veranderingen in onze tijd staat de conclusie dat we in een onrustige tijd leven bij voorbaat al vast. De maatschappij is in de greep van egoïsme en verloedering. Toch worden er nog steeds hoge idealen nagestreefd waarbij spirituele motieven, geestelijke waarden en morele beginselen een voorname rol spelen. Duidelijk is dat in de omgang met ‘het hogere’ er een verschuiving is opgetreden die van sacraal naar sociaal en vitaal is gegaan. Een van de belangrijke conclusies van het boek ‘Heilige Geest’ is dat het moderniseren van de samenleving niet onvermijdelijk tot secularisatie leidt. Er wordt daarnaast gepleit voor het opnieuw uitvinden van de ‘civil society’ wat aansluit bij de pleidooien van denkers als Charles Taylor.  

   Frits de Lange, God, evolutie en ethiek: Inaugurele rede Theologische Universiteit Kampen, 1997 

Binnen de theologische ethiek zijn evolutionaire wetenschap en religie geen concurrenten, zij kunnen met elkaar een complementaire verhouding aangaan. De inaugurele rede is terug te vinden op internet. 

  Matt Ridley, De oorsprong van de Moraal, ISBN 9 78 90 254 2454 7

De moraal van de mens, die unieke eigenschap die ons van de dieren onderscheidt, lijkt geworteld te zijn in onze biologische ontwikkeling. Maar wanneer wij onze diepste morele wetten willen doorgronden spelen inzichten uit de psychologie, antropologie en economie minstens zo’n belangrijke rol.

  Richard Dawkins, Het verhaal van onze voorouders, ISBN 978 90 468 0336 3

  Frans de Waal, De Bonobo en de tien geboden, ISBN 978 90 254 3863 0

  1. Heeft het leven alleen zin als er een voortbestaan na de dood is?

Enkele godsdienstige visies.

Docent: Prof. dr. Ab de Jong

In christendom en Islam is het levensdoel om in gelukzaligheid voort te leven na de dood. Het jodendom heeft wat meer met een goed leven op aarde. In het oorspronkelijk authentieke jodendom wordt alleen gezegd dat onsterfelijkheid verkregen wordt via het krijgen van kinderen. Eerst tijdens de Babylonische ballingschap is het besef van wederopstanding ontstaan, een gedachte die al afkomstig was van de Perzische hogepriester Zoroaster (Zarathustra). Het idee van het hiernamaals is dus via het judaïsme in het christendom en de islam terechtgekomen. De kerkvader Augustinus heeft rond 400 AD van de ziel iets persoonlijks gemaakt dat na de dood beoordeeld wordt over het geleefde leven. Zelfverantwoordelijkheid en individualisatie zijn daar het gevolg van. In de oosterse religies draait het om het Atman, de adem, ziel of geest, ook wel als het Zelf gezien. Bij leven is dat Zelf gebonden aan het lichaam, na de dood is het vrije Zelf de ‘ademen (mv) van God’ (Brahman). In het Hindoeïsme gelooft men dat in ieder mens een stukje van God aanwezig is dat als sturende kracht ons handelen beïnvloedt en een eigen persoonlijk Karma heeft. Dit betekent dat je voor alles wat je in je leven doet uiteindelijk zelf verantwoordelijk bent. De gevolgen van je handelen sla je op in je karma en neem je mee naar je volgend leven. Je blijft reïncarneren totdat je voldoende positief karma hebt verzameld om de éénwording met God te bereiken. Het Boeddhisme heeft een variant op dat laatste, het doel is hier het opgaan in het nirwana, in het niets. Alleen het karma blijft dan dus over als positieve bijdrage aan de wereld. Maar voor bijna alle godsdiensten geldt dat een eindoordeel de voortgang na de dood bepaalt. Heeft het leven nog zin als er geen voortbestaan na de dood is, als je niet beloond wordt voor een leven vol goede daden en niet gestraft wordt voor een leven vol kwaad?

Literatuur:

  René van Dijck, Wereldreligies, eenheid en diversiteit ISBN 9 78 90 627 1036 2

Hoe gemakkelijk vallen we niet in clichés als we denken en praten over wereldreligies en de multiculti-maatschappij: hoofddoekjes, jihad, Jezus die over water loopt, joden die koosjer eten, hindoe’s met tulband.  Vaak komen onze associaties voort uit het wij/zij-denken en te vaak leiden ze tot angst voor ‘het vreemde’. Van Dijck bespreekt hier overzichtelijk en prettig leesbaar de overeenkomsten en verschillen tussen de grootste wereldreligies, niet alleen van de Westerse maar ook van de oosterse religies. Vooral de hoofdstukken “Het begrip God” en “De dood” zijn voor dit college van belang. In respectievelijk de hoofdstukken III en V worden de verschillende ideeën over God, dood en hiernamaals besproken. 

  Rob Wiche (red.), Ab de Jong, Des Duivels, Het kwaad in religieuze en spirituele tradities, ISBN 90 78 90 334 5622 2

In de tradities van de christelijke culturen wordt de scheiding tussen goed en kwaad meestal nogal absoluut voorgesteld. In andere culturen ligt dat vaak aanzienlijk genuanceerder. Goed en kwaad zijn de belangrijke items waarover bij ‘laatste oordelen’ recht gesproken wordt en waarvan de gevolgen vaak de eeuwigheid van het individu bepalen. De beoordeling van goed en kwaad heeft dus grote invloed op de ‘Zin van het Bestaan’.  Dit boek is gebaseerd op een collegecyclus van de Studium Generale van de RU Leiden. De zoroastrisme kenner prof. Ab de Jong, docent in de collegecyclus Goed en Kwaad, schreef het hoofdstuk: “eeuwig, ongeschapen, maar zonder bestaan: de Boze geest en zijn werkelijkheid in het zoroastrisme”.

  Goed en Kwaad, samenvattingen van de Rotterdamse Voorjaarscolleges 2017. (Nog enkele exemplaren te koop bij de secretaris van ‘De Nieuwe Lantaarn’).

Aspecten van “Goed” en “Kwaad” en hoe wij daar mee omgaan zijn in deze Rotterdamse collegecyclus 2017 besproken. Het thema is een veel besproken onderwerp op de kansels maar is nog steeds niet uitgekristalliseerd. “Kwaad” is niet weg te denken, door bewuster en kritischer te denken zouden we wel een positieve impuls aan ons handelen kunnen geven waardoor het “Goede” meer op de voorgrond komt. ’De toekomst van de mensheid vergt een ononderbroken poging tot zingeving aan de nieuwe maatschappelijke problemen’ aldus prof. Ronald Commers een der docenten.   

  1. Wat is de zin van het leven zonder voortbestaan na de dood? Hoe verhouden Rede en Religiositeit zich daarin met elkaar? Een humanistische, seculiere en maçonnieke visie.

            Docent: dr. Ton de Kok

In de seculiere visie sterft de ziel met het lichaam, een eindoordeel met beloning of straf bestaat dan niet. Of men nu geleefd heeft als een rechtvaardig en ethisch mens of als een onmenselijk en inhumaan individu, het heeft geen van beiden gevolgen voor de ziel van de betreffende persoon. Daarmee is een oeroud regulerend idee inclusief een genoegdoening voor de achterblijvers verdwenen. En wat kan nu gaan dienen als een leidraad voor niet-gelovigen en de ethische waarden en de zingeving van het leven gaan bepalen? De universele ‘Verklaring van de Rechten van de Mens’ die in 1948 door de VN als besluit is aangenomen? De Tien Geboden in de christelijke en islamitische wereld en gelijkwaardige afspraken binnen andere groepen en levensbeschouwingen? Een maçonnieke visie? De vraag is echter of er wel een maçonnieke visie is en mocht dat wel zo zijn dan blijkt daar zelden over gecompareerd te worden. In ieder geval zijn er in 1723 door Anderson constituties gepubliceerd met regels waaraan leden van de broederschap zich dienen te houden. In 1738 tracht men die regels te universaliseren door de oorspronkelijke voorschriften in het eerste artikel van de constituties te vervangen door de noachitische geboden, zeven geboden die gezien worden als de minimale richtlijnen voor iedere beschaafde samenleving. Het is een voorteken dat het puur christelijke in de vrijmetselarij vervangen zal gaan worden door een universelere en interreligieuze invalshoek. De vrijmetselarij wordt daardoor gedwongen zich tussen het tijdelijke aardse en het eeuwige hemelse op te stellen want de verschillende geloven hebben ook verschillende visies op een al dan niet eeuwig leven. In onze seculariserende tijd lijkt dit proces verder te gaan, de hoofdbesturen van de diverse reguliere maçonnieke Grootloges worden regelmatig geconfronteerd met vragen over de plaats van de vrijmetselarij in de reeks godsdienst, religie, levensbeschouwing. Maar hoewel we daar eigenlijk al meer dan 200 jaar mee bezig zijn, beseffen we dat nog steeds niet helemaal, laat staan dat we de consequenties kunnen en misschien ook wel willen overzien van een gedefinieerde locatiebepaling. In dit college zal daar dieper op worden ingegaan. . 

Literatuur:

  Ton de Kok, God voor niet-gelovigen, ISBN 9 78 90 686 8753 8

Spinoza heeft ons een rationeel godsbeeld geschonken, een God die samenvalt met de natuur en daarvan is de mens een tijdelijke verschijningsvorm. Maar ‘Spinoza’s God’ kan veel voor ons levensgeluk betekenen. En Spinoza maakt ons duidelijk dat wij onze onzekerheden, angsten en twijfels de baas kunnen worden als wij bereid zijn de wetten van God Natuur te aanvaarden en in Haar wetten te berusten. Wie zich rekenschap geeft van de werking van de natuur zal harmonie en rust oogsten, beloofde Spinoza ons.

  Etienne Vermeersch, atheïsme, serie: de Essentie, ISBN 9 78 94 605 8052 9 

  Charles Taylor, Een seculiere tijd, ISBN 9 78 90 477 0157 6 

  1. Vrijmetselarij, religie en godsdienst

1e uur: Van de God van het ‘Centre of Union’ naar het brede concept ‘OBdH’.

            Docent: drs. Dick A. Kruijssen

2e uur: Het dilemma ‘theïsme’ in het intercontinentale spanningsveld ‘vrijmetselarij,

religie en godsdienst’

Docent: dr. Rien Heijdanus

In het begin van de 18e eeuw is het Verenigd Koninkrijk, moe van de vele godsdienstoorlogen tijdens de twee voorgaande eeuwen, op weg naar een tolerantere periode met meer respect voor elkaars mening. De in het slob geraakte Vrijmetselarij wordt rond 1717 gerenoveerd en krijgt nieuwe doelstellingen en spelregels. Men wil een “Centre of Union” worden en stelt daarvoor een aantal christelijke voorwaarden. Deze staan overigens los van zowel de vorm van christelijke geloofsbeleving als van burgerlijke status. De vragen over zin en zingeving zijn aanvankelijk wel sterk beïnvloed door het traditioneel christelijke gedachtegoed. Het oecumenische gedachtegoed komt echter al snel onder druk te staan door vooral koloniale ontwikkelingen. De Hannoveriaanse overheid, op zoek naar verbinding met de bestuurlijke elite van het toenemend aantal gekolonialiseerde landen met onbekende culturen en godsdiensten, ziet in de vrijmetselarij het cement om cohesie te verwezenlijken. Het heeft als gevolg dat gelovigen van bijna alle niet-christelijke geloofsovertuigingen ook toegang krijgen tot de vrijmetselarij. Mede als reactie op deze interreligieuze oecumene treedt een christelijke verwatering op. Een reactie kan in de 19e eeuw dan ook niet uitblijven, het brengt in het Westen een protestants orthodox reveil, en ook tegenreacties, waarvan de sporen in onze tijd nog zichtbaar zijn. In feite staat de moderne vrijmetselarij open voor alle godsdiensten mits men het symbool van OBdH als bindende factor respecteert. Dat alles heeft ook voor de huidige maconnieke concepten en spelregels consequenties. We krijgen daar een beeld van door de constanten en variabelen in de ontwikkeling van de vrijmetselarij in Engeland, Amerika en het (Europese) continent in kaart te brengen en te ordenen in een tijdlijn. De analyse hiervan laat aanvankelijk een dynamisch beeld zien maar toont in de laatste decennia een statisch karakter. Duidelijk is dat de Angelsaksische vrijmetselarij in de afgelopen eeuwen het maconnieke speelveld en haar spelregels gedomineerd heeft. Dat heeft niet voorkomen dat de Britse, Amerikaanse en continentale vrijmetselarij eigen accenten hebben gekozen waarin de zich wijzigende “religieuze” opties (zoals bijvoorbeeld de secularisatie) een factor van belang zijn. En dit kan een verklaring zijn waarom heden ten dage vrijmetselarij lokaal, zowel nationaal als internationaal in een soort patstelling terecht is gekomen.  Een vraag is dan ook in hoeverre de afnemende animo voor het geloof in een persoonlijke god (theïsme) de teruglopende populariteit van vrijmetselarij beïnvloedt, maar ook welke perspectieven dat biedt anno nu.

Literatuur

  Rien Heijdanus, Dissertatie 2014, Wat beweegt iemand om Vrijmetselaar te worden en te

blijven? Proeve van een sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar de Nederlandse vrijmetselaar. ISBN 9 78 94 616 9478 2

  Harland-Jacobs, Jessica L., Builders of Empire, Freemasons and British Imperialism, 1717-1927

De geschiedenis van de rol van de vrijmetselarij in de politieke en sociale controle van het zich ontwikkelende Engelse Imperium.

  Henrik Bogdan en Jan Snoek, eindredactie, Handbook of Freemasonry, ISBN 9 78 90 043 3670 4

  Jeffrey R. Wigelsworth, Deisme in Enlightenment England, Theology, Politics, and Newtonian

Public Science.  ISBN 2 51 85 99 790 7872 9

Een diepgaande studie over de betekenis van het deïsme op Verlichting en de geschiedenis van wetenschap, theologie en politiek in de 18e eeuw.

  1. Hoe geven we op maçonnieke wijze zin aan het leven? Werkcollege

            Docent: Prof. dr. Gabriel J.M. van den Brink

‘Wat is de mens’ is de klassieke vraag die door velen gesteld wordt in onze turbulente tijd met zijn nieuwe technologie, internationale bedreigingen en anders denken over wat de zin van het mens-zijn betekent. In deze collegereeks zijn we hiermee aan de centrale vraag toegekomen: wat betekent de vrijmetselarij voor mens en maatschappij in het kader van “de zin van het leven”. Na in deze collegereeks een aantal wetenschappelijk onderbouwde feiten tot ons genomen te hebben komen we nu toe aan het denken over hoe we door verbeelding de grenzen van onze leefwereld kunnen overstijgen. Door ons thuis te gaan voelen in een “alledaagse transcendentie” die door leren, spelen en geloven vorm krijgt, kunnen we ook de waarden en beginselen vinden die overal ter wereld voorkomen en die de basis voor een nieuw type dialoog zouden kunnen worden. Welke rol kan de vrijmetselarij – die al vanaf het begin van haar moderne bestaan als “Centre of Union” universele ideeën heeft gepropageerd – hierin spelen?

Dit werkcollege begint met een inleiding waarin “alledaagse transcendentie” onderbouwd en uitgelegd wordt. Daarbij wordt ingegaan op het postmoderne idee dat het erkennen van onderlinge verschillen volstaat om tot een rijker mensbeeld te komen. De contouren van dit rijker mensbeeld, dat gezien wordt als een mogelijk alternatief voor de “homo economicus”, zullen geschetst worden. Dit college wordt gevolgd door gedachtewisselingen in kleinere groepen met een plenaire terugrapportage.

Literatuur:

  Gabriel van den Brink, Heilige Geest ISBN 9 78 90 896 4358 2.

Zie voor korte samenvatting de literatuurlijst van het eerste college : Evolutie van moraal

en ‘the chain of being’.

  Matt Ridley, De oorsprong van de moraal, ISBN 9 78 90 254 2154 0 Zie literatuurlijst college 2

  Rik Pinxten, De strepen van de zebra, ISBN 9 78 90 524 0965 8

De Verlichting formuleerde voor Europa, dat destijds bijna ten onder ging aan godsdienstoorlogen, een universele oplossing: prioriteit van de rede, scheiding tussen politiek en religie, vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Rik Pinxten bekritiseert de zogenaamde verlichtingsfundamentalisten maar ook de tegenstanders van de Verlichting die een vaag of uitgesproken religieus radicalisme voorstaan. De idealen van de Verlichting dienen geactualiseerd te worden omdat dit de enige haalbare en heilzame oplossing is om duurzaam en relatief vredevol samen te leven in een multiculturele en religieus gemengde samenleving. Op naar ‘Eenheid in Verscheidenheid’!

_________________________

Het programma is samengesteld door de wetenschappelijke commissie van de Nieuwe Lantaarn, te weten dr. Rien Heijdanus, drs. Dick Kruijssen en Ir. Rob van de Meijden. 

Prof. dr. Gabriel van den Brink heeft, als Wetenschappelijk adviseur van de Stichting De Nieuwe Lantaarn, een belangrijke inhoudelijke bijdrage geleverd.