Collegecyclus “Autonomie en Ethiek”

Collegeprogramma najaar 2022
(10e Jaargang)

Rotterdams Logegebouw


Oostmaaslaan 950

3063 DM Rotterdam

19:30 - 21:30

7 September t/m 16 november. (2022)
 

Om de 2 weken op de woensdagen

Online of fysiek. 

 

De keuze is aan u.

Rooster 2022

7 September
2022

Autonomie en autonoom denken.
Een begripsbepaling.

21 September
2022

Ethisch denken door de eeuwen heen, religieus heteronoom versus autonoom seculier.

5 Oktober
2022

Autonomie, de morele maat en de ondermijning van het gezag.

19 Oktober
2022

Zelfbeschikking en ethische begrenzing, over euthanasie en mensenrechten.

2 November
2022

Autonomie in een wereld van Big Tech en kunstmatige intelligentie.

16 November
2022

Vrijmetselarij: “Op u komt het aan!” Autonomie in maçonnieke symbolen en rituelen

Abstracts

(Volgorde colleges nog onder voorbehoud)

 

Woensdag 7 september

1. Autonomie en autonoom denken, een begripsbepaling                                       

In het openingscollege worden we vertrouwd gemaakt met de basale begrippen en specifieke voorwaarden om een eigen levensweg, gebaseerd op eigen waarden en op datgene wat men zelf als zinvol ervaart, te kunnen bepalen.

Besproken zal worden wat autonomie betekent en inhoudt, waarom autonomie voor ieder mens belangrijk is en wat de beperkingen van autonomie zijn. Op verhouding autonomie t.o.v. de vrije wil, zelfbeschikking, zelfkennis, zelfreflectie, zelfbedrog, privacy en meer zal dieper worden ingegaan.

 

Søren Kierkegaard (1813-1855) concludeert dat vrije wil en vrijheid voor de mens existentiële grondvoorwaarden zijn en dat het individualisme in Europa daarop gebaseerd is. In andere culturen en religies, zo stelt hij, wordt er juist naar gestreefd om het individuele uit te schakelen of te verminderen om op juiste wijze te kunnen participeren in de coöperatieve samenleving.

Zijn stelling is: “Hoe meer bewustzijn hoe meer zelf, hoe meer bewustzijn hoe meer wil, hoe meer wil hoe meer zelf”. Het levensdoel van de mens is volgens Kierkegaard het streven om een authentiek en autonoom zelf te worden met zelfbewustzijn en een vrije wil. En dat gaat niet vanzelf want dat vereist individuele zelfstandigheid, zelfverantwoordelijkheid en moreel inzicht.

Het staat wel vast dat autonoom leven een belangrijke voorwaarde is om een zinvol en gelukkig leven te kunnen leiden. Helaas is het niet zo dat het leiden van een autonoom leven altijd een gelukkig leven betekent, daarvoor is meer nodig!

Lit. Beate Rössler, Autonomie, een essay over het vervulde leven. ISBN 978 90 244 1919 7

      Damiaan Denys, Onze adembenemende autonomie. ISBN 978 90 388 1105 5 (verschijnt in mei 2022)

 

 

Woensdag 21 september

2. Ethisch denken door de eeuwen heen, religieus heteronoom versus autonoom     

Het christendom is een van de weinige godsdiensten die ieder mens persoonlijk verantwoordelijk heeft gemaakt voor de eigen daden. In tegenspraak daarmee zijn haar dogma’s en doctrines, uitingen van juist een heteronome invalshoek. Morele voorschriften kunnen heteronoom of autonoom zijn: een religieuze, door god geboden vorm of een autonome met een areligieuze universele grondslag. Vanuit het perspectief van de morele autonomie zijn niet alle religieuze geboden acceptabel: het “dood de ketter en vermoord de afvallige” is daar een voorbeeld van.

 

Individuele autonomie is gekoppeld aan de westerse christelijke cultuur. We weten echter ook dat de Abrahamitische godsdiensten, judaïsme, christendom en islam, sterk leunen op het geloof dat de toekomst in Gods hand ligt. Dat roept de paradoxale vraag op in hoeverre je autonoom kunt zijn in een christelijke godsdienstige context. Het hindoeïsme en boeddhisme gaan met haar normen en regels volgens de universele wetten van de menselijke natuur daarentegen uit van persoonlijk karma, de som van goed en kwaad, dat de kwaliteit van de volgende reïncarnatie bepaalt. Deze visie lijkt beter te passen bij een autonome ontwikkeling dan de christelijke heteronome invalshoek. Hoe ligt de verhouding autonomie-heteronomie in andere geloven en levensbeschouwingen zoals het zoroastrisme, taoïsme en confusionisme? Is de ontwikkeling van onze maatschappij naar individuele zelfstandigheid, zelfbeschikking en zelfverantwoordelijkheid verenigbaar met een christelijk godsgeloof en heteronome morele voorschriften op een religieuze grondslag? De vrijmetselarij stimuleert haar leden wereldwijd zich te ontwikkelen tot zelfstandig denkende mensen die zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid voor het eigen handelen. Is dat te verenigen met het christendom cq. judaïsme, islam, oosterse godsdiensten en hun levensbeschouwingen?

Lit. Paul Cliteur, Het monotheïstisch dilemma, ISBN 978 90 295 7354 2

Erik Meganck, Religieus Atheïsme ISBN 978 94 634 0294 1

Taede A. Smedes, God, Iets of Niets ISBN 9789462983137

 

Woensdag 5 oktober

3.  Autonomie, de morele maat en de ondermijning van het gezag.                                

‘Vrije meningsuiting’ is de nieuwe heilige graal in onze moderne westerse maatschappij. Alles moet gezegd  kunnen worden en iedereen moet de grofste beledigingen kunnen incasseren. Empathie is te vaak te ver te  zoeken en dat niet alleen ten opzichte van onbekenden op straat, maar ook in onze – pseudo  –  ambtelijke  apparaten zoals belastingdienst, de Groningse aardbevingsproblematiek en het parlement waar hoffelijkheid en respect steeds meer uit het oog worden verloren.

 

Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw is het neo-liberale denken dominant geworden. Ook in Nederland is gekozen voor deregulering, privatisering, marktwerking en wereldwijde vrijhandel. Dat heeft voordelen gebracht maar ook groeiende ongelijkheid, meer asociaal gedrag en een breed gedragen gevoel van uitholling van de samenleving.

Morele kwesties hebben in het openbare leven van dit neoliberale tijdperk nauwelijks een rol gespeeld.  De moraal was: we zijn van kerk, geloof, politiek en ook van de familie af dus we bepalen zelf wat goed en kwaad is. En dat heeft ons leven steeds meer tot een individuele aangelegenheid gemaakt. Deze individualisering van de postmoderne mens staat op gespannen voet met de onderwerping aan ‘hogere machten’ zoals van religies, ideologieën en het gezag van overheden. Deze morele ‘richtingbepalers’ uit het verleden hebben afgedaan, naar nieuwe wegen zijn we nog zoekende en dat gaat gepaard met weerstand wat strijd en polarisatie oproept.

In de afgelopen paar jaar is, mede door de covid-pandemie, het afwijzen van gezag zichtbaarder geworden. De Australische hoogleraar psychologie Matthew Browne wijst erop dat “afwijzing van vaccinaties gerelateerd is aan psychosociale factoren” zoals afkeer van gezag, onconventionele opstelling en twijfel aan de ‘spirituele oriëntatie’ in het leven. Als een reactie daarop zien we het opkomen van moderne religieuze stromingen zoals religieus atheïsme, humanisme en naturalisme. Opmerkelijk daarbij is dat er in het grensgebied tussen de oude en nieuwe religieuze denominaties er een vermenging van gezichtspunten aan het ontstaan is.

Lit. Gabriel van de Brink, Heilige Geest  ISBN 978 90 562 5506 0

      Nieuw: Gabriel van den Brink, Ruw ontwaken uit de neoliberale droom ISBN 978 90 446 4278 0

      Erik Meganck, Religieus Atheïsme ISBN 978 94 634 0294 1

 

 

 

Woensdag 19 oktober

4. Zelfbeschikking en ethische begrenzing, over euthanasie en mensenrechten.     

Bij vrijheid van denken en handelen gaan onze gedachten meestal vooral uit naar de positieve of negatieve gevolgen voor wat Levinas “de Ander” noemt. Immers, de overheid heeft de grondwettelijke taak iedere burger te beschermen tegen fysieke of geestelijke beschadiging. Maar heeft de overheid die taak ook wanneer het individu niet beschermd wil worden of als haar bemoeienis essentiële waarden van het individu aantasten? In hoeverre botst het begrenzen van zelfbeschikking met persoonlijke vrijheid?  

 

Regels die de medemens beschermen zijn grotendeels wettelijk vastgelegd en de overheid heeft zich in haar grondwettelijke beschermingstaak zich daarnaar te richten. De taak van de overheid bij geestelijk en/of lichamelijk geweld dat zich op het individu zelf richt is echter nog in ontwikkeling.  

Euthanasie, suïcide en abortus zijn bij uitstek voorbeelden van begrenzing van zelfbeschikking door wettelijke vastgelegde en door de overheid gehandhaafde regels. Complicerend hierbij is dat in een democratie ethische normen en waarden van gelovigen en andersdenkenden wetgevende invloed kunnen hebben op de zelfbeschikking van het eigen lichaam. Het betekent dat we over wat bij uitstek als het meest eigene van ons als mens is niet altijd naar eigen inzicht kunnen en mogen beschikken.

Mensenrechten zijn gericht op belemmeringen en beperkingen die die vrijheidsconcepten van “de Ander” aantasten. Concepten hierover vinden we al terug bij de grondlegger van de politieke filosofie Thomas Hobbes (1581-1679), van tolerantie John Locke (1632-1704) en van het utilitarisme John Stuart Mill (1806-1873). Mensenrechten kunnen echter ook misbruikt worden: een voorbeeld daarvan is haat zaaien en discrimineren met een beroep op vrijheid van meningsuiting. Tegenwoordig is de ontkenning van homoseksualiteit als seksuele oriëntatie een misdrijf tegen de medemenselijkheid. In Nederland wordt momenteel hard gewerkt aan gelijke rechten voor transgenders. Ook discriminatie op basis van verschil in etniciteit is nog steeds een groot probleem. Weliswaar zijn mensenrechten door wetten en verklaringen steeds meer geformaliseerd maar dat wil nog niet zeggen dat de rechten van minderheden overal geaccepteerd worden. Wat de interpretaties en toelichtingen omtrent gelijkwaardigheid van de mens betreft kennen we de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVMR) die door de VN in 1948 is vastgelegd. De bekendste organisaties op het gebied van Mensenrechten zijn Human Rights Watch en Amnesty International. 

Lit. Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, zie internet

Gaarne literatuur suggesties

 

 

Woensdag 2 november

5. Autonomie in een wereld van Big Tech en kunstmatige intelligentie            

Kunstmatig intelligentie is de grensverleggende techniek die tracht de natuurlijke grenzen van het menselijk bestaan te ontdekken en op te rekken. Daaraan kleven grote biologische en ethische problemen.  Stephen Hawking (1942-2018) stelde kort voor zijn dood zelfs dat de ontwikkeling van volledig kunstmatige intelligentie het einde van het menselijk geslacht kan betekenen omdat het zich met steeds toenemende snelheid zou kunnen herontwerpen.

 

Al in 1954 voorspelde de Franse techniekfilosoof Jacques Ellul de onvermijdelijke opdringerigheid van het verschijnsel techniek. Hij definieerde techniek als ‘de totaliteit van rationele methoden die de hoogst mogelijke mate van efficiëntie bezitten op ieder terrein van de menselijke activiteit’.

Wat betekent dit gedachtengoed van Ellul voor de moderne tijd waarin Artificiële Intelligentie ons leven definitief zal gaan veranderen?

Gaan we heen en weer geslingerd worden tussen de optimisten over de vertechnologisering van ons bestaan (o.a. Kurtzweil) en de pessimisten daarover (o.a. Schnitzler en Hartmut Rosa)? Zonnige eschatologische vergezichten waarin veroudering niet meer zal bestaan en de dood definitief uitgesteld zal kunnen worden kleuren het gedachtengoed van de optimisten. De pessimisten daarentegen schetsen een onthutsend beeld van de moderne mens want in zo’n kleine twintig jaar hebben de Big Tech bedrijven ons individueel in de val van uitgekiende algoritmes laten lopen. Met onze onbewuste medewerking hypnotiseren deze data-monopolisten ons in een bubbel waarin niemand meer tegenspreekt.

Is er nog een toekomst voor de autonome mens? Zijn er grenzen van ethische aard met betrekking tot de Kunstmatig Intelligente Robots die met robotstofzuigers reeds aan de poorten van ons veilig en overzichtelijk bestaan rammelen?  Of gaan over zo’n twintig jaar de Strong Artificial Intelligence Robots ons de maat nemen?

Lit. Stephen Hawking, De Antwoorden op de Grote Vragen. ISBN 97 890 003 6504 3, na

zijn dood in 2018 uitgegeven, hoofdstuk 15; Zal kunstmatige intelligentie slimmer worden dan wij?

Mo Gawdat, Griezelig slim (2021), (de impact van kunstmatige intelligentie op ons leven), ISBN 97 894 930 9571 7

Hartmut Rosa, Leven in tijden van versnelling (2016), ISBN 97 890 895 3465 1 

 

Woensdag 16 november

6. Vrijmetselarij: “Op u komt het aan!” Autonomie in maçonnieke symbolen en rituelen                                 

De twee doelen van de vrijmetselarij staan in de grondwet van de Orde omschreven als het werken aan persoonlijke vorming en het naar vermogen bijdragen aan een betere wereld. Door het vorm geven aan het eigen morele en spirituele leven zal de vrijmetselaar zich ontwikkelen tot een “beter mens”. Dit ‘ontwikkelingsproces’ wordt al vanaf de jaren veertig van de 18e eeuw verzinnebeeld door symbolen die individualisatie (de “Freestone”/“Ashlar” of Ruwe Steen), groei naar “volmaakte” mens (de Kubieke Steen) en “het architect zijn van het eigen leven” (het Tekenbord) symboliseren. Op het tableau zijn deze symbolen geplaatst rondom de zinnebeeldige ‘Binnenkamer”, de plaats waar het bewustwordingsproces zich afspeelt en waarvan de deur door de vrijmetselaar zelf geopend dient te worden.

 

Een belangrijk doel van de vrijmetselarij is het vorm geven van ieders eigen morele en spirituele leven, groei tot “beter mens”. In zijn meesterwerk “Een seculiere Tijd” noemt de beroemde katholieke filosoof Charles Taylor deze groei de ontwikkeling naar ‘volheid van het leven’. Hij bedoelt daarmee dat het leven voller, rijker, toleranter, intenser, inspirerender, ontroerender, bewonderenswaardiger, respectabeler, oprechter, meer te de moeite waard en andere positieve aspecten zou moeten hebben dan het nu heeft. Hij stelt dat zo’n ontwikkeling de weg wijst naar een oprechter positiever leven wat daardoor méér de moeite waard zal worden. Naast deze morele, spirituele en emotionele verrijking noemt hij ook ‘verwondering’ waarbij hij als voorbeeld een natuurervaring beschrijft. Meestal, zegt Taylor, verwijzen gelovigen dan naar ‘God’, naar iets wat het menselijk leven en/of de natuur te boven gaat. Maar in feite verwijzen zij naar iets wat  –  nog – niet begrepen wordt en daarom moeilijk verwoord kan worden. Want de mens is altijd blijven zoeken naar antwoorden op dat wat men niet kan vatten en met de beschikbare kennis niet kan verklaren. En om die onbegrijpelijke zaken vorm en structuur te geven is het gebruik van symbolische en metaforisch taal traditie wat in het bijzonder voor de vrijmetselarij geldt.

Je leven inrichten naar eigen morele en spirituele principes is een nooit eindigend levenswerk. Bovendien is volledige autonomie een utopie, ook omdat we ingebed zijn in een sociale en culturele structuur die eisen stelt om een samenleving leefbaar te maken c.q. te houden. Het neemt niet weg dat een persoonlijke autonomie zelfs in de wreedste dictaturen mogelijk blijkt te zijn.

Hoewel de vrijmetselarij streeft naar een persoonlijke ontwikkeling naar autonomie werpt ze met haar opgelegde, dus heteronome regels wel struikelblokken op. Maar zij die een ware persoonlijke autonomie bezitten zullen zich door regels en voorwaarden nooit laten overrulen. Dat zou immers in tegenspraak zijn met het “Getrouw aan Zichzelf”, de eerste witte roos die gelegd wordt bij onze afreis naar het Eeuwige Oosten.

Lit. Beate Rössler, Autonomie, een essay over het vervulde leven. ISBN 97 890 244 1919 7

      Charles Taylor, Een seculiere tijd, ISBN 97 890 477 0157 6

      Luc Crevits, Mythen, Riten en Symbolen, over de maçonnieke methode. ISBN 97 890 571 8621 9

      Rik Pinxten, Vrijmetselarij. Een antropologische weg. ISBN 97 890 571 8990 6

      Rik Pinxten, Schoon protest want er is wel een alternatief ISBN 97 894 626 7009 9